THEMA SATIRE
De teksten van de rebètika
zijn over het
algemeen licht ironisch van toon. Een zekere superioriteit tegenover de
tegenslagen in het leven
strookt met het zelfbewustzijn, de trots en de ideologie van de manges.
In de rebètika-liederen die
uitgesproken satirisch van
toon zijn, wordt flink uitgehaald naar bepaalde toestanden: de zucht
naar luxe, de behaagzucht van de vrouw, de dronkaard en het nutteloze
van het parlement. Deze onderwerpen typeren de mangas.
Hij is
immers iemand die zijn geld laat rollen, zich niet door de grillen van
een vrouw laat leiden, neerkijkt op dronkaards en zich niet bezighoudt
met politiek: politiek is een deel van die samenleving waar hij
buitenstaat.
Inhoud:
79. Ísouna xipóliti – Je liep op blote
voeten
80. Koróïdo - Sukkel
81. Egó thelo pringipessa – Ik wil een prinses
82. Ímouna mangas miá forá –
Ooit was ik een
mangas
83. O Markos ipourgós – Markos minister
103. Ta leftá den ta thelo - Ik wil je geld niet
104. I Lili i skandaliara - De schandalige Lily
105. Koróido ádika girnás - Je loopt
voor gek
79. JE LIEP OP BLOTE VOETEN
Je liep op blote voeten en zwierf
over straat.
Nu ik je genomen heb, wil je lakeien.
Je liep op blote voeten en
verdiende geeltjes.
Nu ik je genomen heb, wil je honderdjes.
Je was zonder geld en je plukte
wilde sla.
Nu ik je genomen heb, wil je oorbellen.
Duizend jaar straf gaf ik de Dood,
om voor altijd met je te kunnen genieten.
Je liep op blote voeten en voerde
de kippen.
Nu ik je genomen heb, wil je vliegen.
Ik knoeide met m'n dobbelstenen en ik kreeg een vijf en een zes.
Kijk de smerissen in de hoek hebben maar twee vijven.
80. SUKKEL
Je hebt gedronken en je bent zat,
wat wil je ons bewijzen?
Je ziet je eigen blindheid niet - sukkel -,
je bedreigt ons alleen maar.
Hoeveel schoppen zul je nog
krijgen,
omdat je altijd de bink uithangt
en zonder reden - sukkel -
de hele wereld uitscheldt.
Zonder iets te bereiken,
maar je moet zonodig,
is elke dag - sukkel -
je hoofd bont en blauw.
81. IK WIL EEN PRINSES
In Griekenland kan ik geen vrouw
vinden:
er zijn er veel knappe, maar moeder, wat zijn ze arm!
Ik wil een prinses uit Marokko,
met een smak geld, kijk da's nog eens 'n vrouw.
Vorig jaar was ze hier, en ze
zocht een man,
zonder dat ik het wist, wel hemeltje lief!
Ze zag me in Piraeus, bij Tzelépis* met een paar vrienden,
en sindsdien houdt ze van me en ze stuurt me ook nog geld!
Ze zal me koning maken in het
verre Arabië
en al haar bezit zal ik krijgen, wel hemeltje lief!
Honderd wagons met gouden ponden, cocaïne en hasj,
alle soorten waterpijpen, helemaal met diamant bedekt.
Ze zal me een baglamás
geven
en ivoor, en goud,
en wat ik verder maar wil, wel hemeltje lief!
Vijfhonderd derwisjen zullen de waterpijpen klaarmaken,
zodat we fijn kunnen roken in ons gouden vertrek.
* Het café van Tzelépis bevond
zich aan het
Karaïskáki-plein in Piraeus.
82. OOIT WAS IK EEN MANGAS
Ooit was ik een mangas
met
aristocratisch bloed,
nu ga ik les geven als Socrates de filosoof.
Paris zal ik worden en Helena
schaken,
en Menelaos laat ik zitten met een gebroken hart.
Toen ik je voor het eerst zag,
wilde ik
Heracles zijn,
en je de kop van de Lernaeïsche Hydra brengen.
Wat wil je nog meer dat ik doe
voor je liefde?
Jij, met jouw hoofd, zou nog om een Xerxes vragen.
83. MARKOS* MINISTER
Allen die premier worden zullen
doodgaan:
omdat ze het zo goed doen, jaagt het volk ze weg.
Ik stel me kandidaat om premier te
worden,
om te luieren, te eten en te drinken.
En dan ga ik naar het parlement om
ze te
commanderen,
om ze een waterpijp te stoppen en om ze stoned te krijgen.
* Markos Vamvakaris, de 'vader' van de rebètika.
103. IK WIL JE GELD NIET
Je geld wil ik niet
hou op van me te houden
heb ik je het niet tien keer gezegd
hee dure meneer.
Ik wil een visboertje van de markt
met een weegschaal en visjes
zo'n lekker kereltje dat ik begeer,
kan ik toch niet negeren?
ik wil je huizen niet,
je geld , je luxe
je krijgt me niet
met al je fooien.
Ik wil een visboertje van de markt
met een weegschaal en visjes
zo'n lekker kereltje dat ik begeer,
kan ik toch niet negeren?
104. DE SCHANDALIGE LILY
Het zegt me niks
Datje bekend bent
En speel niet de harde jongen
Want het staat je niet.
Ik ben een vrije vrouw
Lily, die schandaal maakt
Die geen cent om manges geeft
En niks voor zoete koek slikt.
Zeg, ga toch heen
Kijk maar ergens anders
Betaal mijn rekening niet
Ik ben te trots
Ik ben niet bang voor messen,
Je kralenkettinkje
En de hasj, hoeveel je ook rookt,
Zeg kerel, je krijgt me niet.
Is het jouw zaak of ik uit Piraeus
kom
Of uit Kokkinia
En of ik drink en omga
Met de hele wereld.
105. JE LOOPT VOOR GEK
Je loopt voor gek
Voor mijn huis langs
Ik ben een genietster
En ik wil een mangas als minnaar.
Ik wil dat hij hasj rookt
En door mij in hogere sferen raakt
Slim als een vos is,
En dat hij me af en toe slaat.
Hij moet een genieter zijn
En een beetje gewelddadig
En recht voor zijn raap
Overal waar hij komt.
Dat hij een ster in het dansen is
En dat hij veel vriendinnen heeft
In alle soorten en maten
En dat hij van mij houdt.
|