THEMA PSEUDO-REBETIKA

In de jaren vijftig werd de rebètika steeds commerciëler en werden muziek en teksten speciaal voor het grote publiek geschreven. Was de rebètika oorspronkelijk onlosmakelijk verbonden met de hasjkit, de gevangenis, de straat, nu werd deze muziek gespeeld in de taverna’s, de plek voor gestructureerd amusement. Men kwam er om te eten, om te drinken, om zich te vermaken. Dit vereiste dus muziek waarop gedanst kon worden en nietszeggende teksten die tot meezingen uitnodigden. Dit betekende het begin van het einde van de echte rebètika.

88. Ta kavourákia – De krabbetjes
89. Palamákia – Handjes op elkaar
90. Egó plirono ta mátia p’agapó – Ik betaal voor het meisje van wie ik hou

88. DE KRABBETJES

Op de kiezels van het strand zitten twee krabbetjes,
alleen en verlaten, en steeds huilen de zielenpootjes.
Hun moeder, mevrouw Krab,
is met de Brasem op stap naar Rafina.
En steeds huilen de krabbetjes
op de kiezels van het strand.

's Avonds komt meneer Krab en vindt het huis niet aan kant.
Hij zoekt zijn gezin en trekt zich de haren uit zijn hoofd.
Hij zet krabbelend koers naar Rafina,
om mevrouw Krab te zoeken.
En steeds huilen de krabbetjes
op de kiezels van het strand.

De dageraad gloort en de Krab komt terug,
krabbelend over het strand, nog steeds zonder zijn vrouw.
Op laag water speelt nu in Rafina
mevrouw Krab met de brassende Brasem.
En steeds huilen de krabbetjes op de kiezels van het strand.

89. HANDJES OP ELKAAR

Op de snaren op en neer speel ik de baglamás,
en de mángissa danst
een mooie karsilamás.*
                  Handjes op elkaar,
                  laat de voetjes stampen
                  op de tegels van de vloer.

Je maakt me gek, je maakt me dood met die mooie dans:
gooi alles stuk, alles kapot
en ik zal het betalen.

Die mooie jongen, die bij je is,
mag trots op je zijn:
en de baglamás mag van mij
in tweeën breken.

* Turks: 'tegenover elkaar'. Inmiddels vergeten dans waarbij twee personen tegenover elkaar dansten op een 9/8 ritme.

90. IK BETAAL VOOR HET MEISJE VAN WIE IK HOU

Het wordt ochtend, het wordt avond,
altijd op dezelfde wijs:
breng de duurste drank, want ik betaal
voor het meisje van wie ik hou.

Herbergier, als je ziet
dat ik glazen breek, en brabbel,
veroordeel me niet, denk niet dat ik gek ben,
ik betaal voor het meisje van wie ik hou.

Mijn hart betrekt,
ik huil tranen met tuiten:
als we zo doorgaan, ga jij vast en zeker
onder de grond en ik naar het gevang.