THEMA HASJ

Het gebruik van hasj kent in het Midden-Oosten een lange traditie. Aan het eind van de vorige eeuw werd de hasj via Turkije in Griekenland geïntroduceerd. In de steden ontstonden hasjkitten, waar de hasj volgens Turks gebruik met de waterpijp gerookt werd.

In de rebètika-cultuur ging hasj een belangrijke rol spelen. In de hasjkitten ontmoette men elkaar om gezamenlijk de waterpijp te roken, die door de kitbaas werd gestopt en bij voorkeur door een leuk meisje werd aangestoken. Dit ritueel van waterpijp roken versterkte het voor de manges zo belangrijke gevoel van verbondenheid, van vriendschap. Het gebruik van harddrugs als heroïne en cocaïne, waaraan sommige rebetes zich te buiten gingen, wordt in de rebètika-teksten ondubbelzinnig afgekeurd. Ook drank past niet in de wereld van de manges. Het offensief van de overheid tegen drugs in de jaren dertig valt duidelijk uit de teksten te lezen: vaak is er sprake van een uitkijk, die waarschuwt voor politieagenten.

Liever dan ouzo drinken en vandaag of morgen eraan doodgaan, rookte ik hasj om tot rust te komen, ergens te zitten en te staren, gewoon te kijken. (Markos Vamvakaris)

Inhoud:
6. Epiásane ton Bati – Ze hebben Batis opgepakt
7. Pende manges ston teké – Vijf manges in de hasjkit
8. Stin ipoga - In een kelder
9. Preza otan piiés – Als je heroïne gebruikt
10. Panda me glikó chasisi – Wat fijn is het met goeie hasj
11. Iroïni ke mavraki – Heroïne en hasj
12. Ime prezákias – Ik ben een spuiter
13. O xémangas – De ex-mangas
14. Poú ‘soun, manga, to chimona? – Waar was je, mangas, deze winter?
15. Efoumernam’ ena vradi – We rookten op een avond
16. O ponos tou prezákia – De pijn van de spuiter
17. Vre manga, to macheri sou – Hé mangas, je mes
18. I baglamades – De baglamades
19. Paraponiounde i manges mas – Onze mánges klagen
20. Ferte preza na prezaro – Breng heroïne om te snuiven
91. Giatí foumaro kokaïni - Waarom ik cocaïne snuif
92. Ta pediá tis gitoniás - De kinderen uit mijn buurt

6. ZE HEBBEN BATIS OPGEPAKT

Op de vlooienmarkt
raakten ze bedwelmd van de dampen;
waar ze de waterpijp rookten,
viel de politie binnen.
Ze omsingelden de tent
van Batis* in Piraeus,
waar ze samen high werden,
hij en zijn vrienden.

        In de zwarte gevangenis
        zie je nu Batis en je vraagt zachtjes:
        'Wat heb je, Batis, waarom huil je steeds?'
        En dan hoor je een klaaglijke stem
        vanachter de tralies
        uit de nauwe, donkere gevangenis:

'Gewoon weer met een baglamás,
dolken en dobbelstenen zal ik naar
mijn verraders gaan, als ik vrijkom,
en aan ze vragen, hoe ze het maken.
Ga daarom, Markos**
en jullie allemaal, zonder grappen,
naar de minister
en vraag gratie voor mij.'

In de zwarte gevangenis
zie je nu Batis en je vraagt zachtjes:
'Wat heb je, Batis, waarom huil je steeds?'
En dan hoor je een klaaglijke stem
vanachter de tralies
uit de nauwe, donkere gevangenis:

* Jorgos Batis was een baglamás-speler van het eerste uur. Hij had een muziek- en dansschool annex rommelwinkel in de Karaïskaki-buurt, vlak bij de haven van Piraeus.
** Markos Vamvakaris, de 'vader' van de rebètika.

7. VIJF MANGES IN DE HASJKIT

Vijf mánges uit Piraeus kwamen langs een hasjkit,
toen een van hen zei: 'Laten we een waterpijp nemen.'
Ze gingen naar binnen om te roken en zeiden tegen de baas:
'Maak een lichte pijp met Perzische hasj.’

'Twee daalders kost hij, drie zullen we je geven.
Als het spul goed is, worden we je klant.' I
Ze rookten, maar het was nep, en ze zeiden tegen de baas: “
'Ik heb niks gevoeld, het was alleen tabak.’

'Zeg, dacht je dat je weed-rokers voor je had,
of misschien groentjes of spuiters?
Mánges, daar op die heuvel heb ik een waterpijp verstopt.
Kom mee 'm roken, dat is beter dan de hasjkit.

Zeg, dacht je dat je weed-rokers voor je had,
of misschien groentjes of spuiters?
Als ze de hasjkitten sluiten in Piraeus en Kremmidaroú*,
nou, dan breng ik mijn matje gewoon naar de grot.’

8. IN EEN KELDER

Achter de kazerne namen ze een mangas
te pakken in een kelder.

Er kwam een smeris met een pistool
en die schoot z'n kogels af op de roker.

De fez rolde op de grond
en de waterpijp ging halverwege uit.


Kiriakoula* steekt hem altijd aan,
zij verstopt hasj en sigaretten.

Hallo, Mitsos** met je scheve stelten,
je bent stoned van de walm.

* Kiriakoula is een verkleinwoord voor Kiriakí, een vrouwelijke voornaam.
* Mitsos is familiair voor Dimitris.

9. ALS JE HEROINE GEBRUIKT

Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat
houdt de heroïne me in leven.
De hele wereld kan ik aan,
als ik het witte poeder snuif.
De hele wereld is van mij,
als ik de heroïne heb en snuif,
en als de politie me ziet,
verdwijn ik in het niets.

Als je high wordt, ben je meteen
koning, dictator, god en wereldheerser;
als je heroïne gebruikt, geniet je, hoor,
en heel de wereld zie je door een roze bril.

Heel Griekenland is van mij.
Men lacht om haar ellende:
zij mist haar ene poot,
die hebben ze verdobbeld.
Ik zal dictator worden,
al vergaat de wereld tot as:
één zal er mijn waterpijp aansteken,
en een ander zal hem doven.

10. WAT FIJN IS HET MET GOEIE HASJ

Wat fijn is het met goeie hasj
stoned te worden elke dag,
en elke dag met mooie meiden
mijn leven door te brengen.

En van lippen van mángisses*
lekkere kussen te krijgen,
en bij 't ochtendgloren weer
naar het rebètika-hol te gaan.

En mocht ik eens bedwelmd raken
in het rebètika-hol,
dan zal ik als een bezwijken,
terwijl mooi en zoet bouzouki-spel klinkt.

* Meervoud van mángissa, vrouwelijke vorm van mangas.

11. HEROINE EN HASJ

Ik kon niet ontsnappen,
toen ik terug van Bursa* kwam:
een paar patsers verlinkten me
en ze pakten me op de boot.

Ik had in mijn jasje
twee zakjes met hasj genaaid,
en mijn holle hakken
zaten boordevol heroïne.

Rokers, huil nu maar,
want de waterpijpen zouden uitpuilen:
er zou een vagevuur zijn ontstaan
van hasj en heroïne.

Nou, ik heb mezelf beloofd
om weer spul te gaan halen.
Ik groet je, veelgeprezen Bursa,
in de hele wereld befaamd.

* Turkse stad in Azië, 200 km. van Istanbul.

12. IK BEN EEN SPUITER

Ik ben een spuiter, je hoort het goed,
en waar ik ook ga of sta,
iedereen roept: 'ga weg!'
Ze denken zeker dat ik ze op zal eten.
        Ze walgen als ze me zien,
        maar daar geef ik geen zier om;
        als ik maar mijn heroïne heb,
        heb ik verder niets te wensen.

Ik woon in een treinwagon,
een huis herinner ik me niet.
Een vuile jutezak
rol ik uit en daar slaap ik op.
        Mijn kleren zijn versleten,
        mijn vel zie je erdoorheen:
        de heroïne heeft me vergiftigd,
        het leven is voor mij voorbij.

Als ik nuchter ben,
wat heb ik dan een honger;
maar als ik high ben,
voel ik me koning in Athene.
        Als ik doodga, mijn vriend,
        dan komt de politie
        met een vuilniskar
        om de begrafenis te doen.

13. DE EX-MANGAS

Ik heb genoeg van de waterpijp,
ik walg van de hasj;
ik wil mijn lichaam nu
van andere passies laten proeven.

Ik ga achter mooie vrouwen,
wijn en citer aan,
en niet langer die rot-bouzouki
en de baglamás.

Ga van me heen, stom gras,
verdwijn jij ook maar, pijp,
dan kan ik mijn ogen openen
en uit de roes bijkomen.

Toen ik rookte,
dobbelde ik ook;
ze zeiden dat ik slim was,
maar ze vonden me een gek.

14. WAAR WAS JE, MANGAS, DEZE WINTER?

Waar was je, deze winter?
Waar had je je verstopt?

Ik was een speld in een hooiberg,
waar je op trapt en die je prikt.

Barba Jannis*, als je doodgaat,
wat doe je dan met de tzourás?

Barba Jannis, barba Petros,
zullen we dit jaar trouwen?

Steek hem aan en blaas hem uit,
steek hem aan, barba Petros,
die lange kaars.

Ik steek hem aan en hij gaat uit,
die arme kaars.

* Barba voor een mannelijke eigennaam duidt op meer respect dan alleen de voornaam, maar het is wel vertrouwelijk, zoals bij ons ongeveer: ome Jan, ome Peet.


15. WE ROOKTEN OP EEN AVOND

We rookten op een avond
een waterpijp met hasj uit Isfahan,
        zonder, zoals vroeger,
        een uitkijk bij de deur.

En er komen twee agenten
die ons in de dampen vinden.
        Vlug de waterpijpen weg,
        pas op voor de smeris.

Hallo, beste agent,
laat de waterpijp branden,
        zodat de Turk kan roken,
        die een fijne kerel is.

Hij brengt hasj uit Smyrna*
en de pijp uit Aidin,
        en de pijp uit Aidin,
        en de rokers plezier.

* Smyrna en Aidin zijn steden in West-Turkije.

16. DE PIJN VAN DE SPUITER

Sinds ik begonnen ben
heroïne te snuiven
negerende mensen me,
ik weet niet wat te doen.

Waar ik ook ga of sta,
de mensen plagen me.
M'n ziel verdraagt het niet
dat ze 'spuiter!' roepen.

Want van het snuiven
ging ik over op de naald
en mijn lichaam begon
langzaam weg te kwijnen.

Niets rest mij meer
op de wereld om te doen,
want de heroïne zorgt ervoor
dat ik doodga op straat.

17. HE, MANGAS, JE MES

Hé, mangas, je mes,
om het te dragen
moet je moed hebben, opschepper,
lef om het te trekken.

        Die dingen neem ik niet
        en berg je mes op,
        want ik zal high worden, opschepper,
        en naar je huis komen.

Ga ergens anders heen, opschepper,
om je uit te sloven,
want ook ik heb gerookt, opschepper,
en ik ben een flink end heen.

        Zwijg en zit braaf,
        want anders sla ik je immekaar,
        ik kom met m'n pistool, opschepper,
        en ik zal je vernederen.

18. DE BAGLAMADES

De baglamás speelt
en ik dans een zeïbékiko.

Breng me de waterpijp,
dan rook ik met u.

Nu ik bij u ben,
zal ik roken in uw huis.

19. ONZE MANGES KLAGEN

Onze manges en de aristocraten klagen allemaal,
dat ze geen hasj om te roken uit Istanbul krijgen.
Kom, mAngas, trek aan onze waterpijp,
want wij hebben hasj uit Istanbul in onze kit.

Dan hoor je ook Jován Tsaoús, die de bouzouki speelt,
en onder zijn mooie spel gaat de waterpijp aan;
en mooie haremmeisjes zullen onze pijp stoppen
met prima hasj, en zullen op de uitkijk staan.

Als rijke industriëlen dat prachtige bouzouki-spel zouden horen,
zouden ze hun verstand verliezen en een kruis slaan.
Ze zouden vragen: 'Maak ons eens een pijp, manges,
laten we stoned worden en naar bouzouki luisteren.'

En alle rijkelui zullen in de hasjkit zitten
om naar bouzouki te luisteren en high te worden.
Daarom zal er, beste mensen, in dit bestel,
al vergaat de hele wereld, altijd hasj te krijgen zijn.

20. BRENG HEROINE OM TE SNUIVEN

Vraag me niet, broeders,
waarom ik steeds zit na te denken.
Een laaiend vuur heb ik
in mijn hart, dat me kwelt.
        Ach, breng me heroïne om te snuiven
        en hasj om te roken.
Erinaki maakt me gek
met haar roze muiltjes:
als ik iets zeg, antwoordt ze niet,
proest ze het uit en wiegt steeds heen en weer.

De fijnbesnaarde mens
lijdt, maar zegt niets.
Ook al zingt hij, o bedrieglijke wereld,
zijn hart huilt binnen in hem.
        Ach, breng me heroïne om te snuiven
        en hasj om te roken.

91. WAAROM IK COCAÏNE SNUIF

Waar is mijn schoonheid van toen
in Athene was er niet één zoals ik
ik was echt een verschijning
ik wond iedereen om m'n vinger
maar een kerel kwam in mijn leven
een jongen die snoof
hij nam me alles af en en liet me stikken,
hij nam mijn hart, mijn geld, mijn jeugd,
en van verdriet snuif ik nu cocaïne.

Grote leiders hielden van me
oud, jong en nog jonger
en alle grote bazen
uit de hele stad.
ach wat een mooi leven
met gezang en drank
elke dag was een feest
een rijkeluisleventje.
en nu zwerf ik verlopen en zielig rond
en de liefde voor die kerel is er nog steeds.
Hij, de cocaïnesnuiver, maakte me gek,
daarom snuif ook ik cocaïne.

92. DE KINDEREN UIT MIJN BUURT

De kinderen uit mijn buurt plagen me:
ben je weer dronken, roepen ze.

Als ik dronken ben, val ik in de modder,
ik steun op mijn handen en kom overeind.

Ik heb genoeg van steeds maar ouzo,
breng me vlug een cognacje,
breng me vlug een wijntje.