THEMA GEVANGENIS
De manges kwamen als gevolg van
hun leefwijze
gemakkelijk in aanraking met de arm der wet. Hasjgebruik en diefstal
waren goed voor kortere gevangenisstraffen, maar veel manges
draaiden hun hand ook niet om voor moord: hun grote eergevoel
noodzaakte hen zelfs de kleinste belediging te wreken. Het is dus niet
verwonderlijk dat veel rebètika-liederen
het
gevangenisleven bezingen.
De rebètika-liederen
geven een karikaturaal,
idyllisch beeld van het bestaan in de gevangenis: je zou er op je gemak
je waterpijp kunnen roken, met aardige cipiers om je heen. Ja, ze
steken zelfs je pijpje voor je aan en willen graag dat je bouzouki
voor hen speelt. In werkelijkheid was het leven er hard en waren
waterpijpen en muziekinstrumenten verboden. En alleen de baglamás
was klein genoeg om binnengesmokkeld te kunnen worden. Maar de mangas
bagatelliseert het gevang, een gevangenisstraf doet hem niks. Spijt van
z'n daden heeft hij niet, gezeten hebben is iets om trots op te zijn.
Toen Markos Vamvakaris acht maanden in voorarrest zat,
kwam
hij in aanraking met manges die voor moord
vastzaten. Hij
vertelde over hen: 'Ze doodden uit liefhebberij, en zeiden: "Ik zal
iemand vermoorden, ik ga tien jaar zitten en ik ben weer vrij." Zo'n
mentaliteit hadden ze.'
Inhoud:
73. Pende chrónia dikasmenos – Vijf jaar bajes
74. Lachanades – ‘Kolenmannen’
75. Dió manges mes sti filakí – Twee manges
in de gevangenis
76. O lathrémboros – De smokkelaar
77. O isovitis - Levenslang
78. I filakés tou Oropoú – De
gevangenis van
Oropós
73. VIJF JAAR BAJES
Vijf jaar bajes
in
de
Jendí-Koulés;*
van het vele chagrijn
ging
ik aan de
waterpijp.
Stamp
hem aan en steek hem aan,
blaas,
zuig en trek eraan.
Kijk
uit voor die kinkels,
de
bewaarders van de bajes.
En ook al vijf jaar
door
jou vergeten;
als troost stopten de manges
mij
de waterpijp.
Stamp
hem aan en steek hem aan,
blaas,
zuig en trek eraan.
Kijk
uit voor die kinkels,
de
bewaarders van de bajes.
Nu ik ontslagen ben
uit
de
Jendi-Koulés:
vul onze waterpijp, makkers,
en
laten we 'm roken,
zeg.
Stamp
hem aan en steek hem aan,
blaas,
zuig en trek eraan.
Kijk
uit voor die kinkels,
de
bewaarders van de bajes.
* Turkse naam voor Eptapírjio,
'zeven torens':
de gevangenis in de bovenstad van Thessaloniki.
74. 'KOLENMANNEN'
Bij de Lemonádika*
was een opstootje:
ze pakten twee 'kolenmannen',
die van de prins geen kwaad wisten.
Ze sloegen hen in de boeien
en brachten hen naar de bajes.
En als de 'kool'** niet gevonden wordt,
wat zullen ze dan een slaag krijgen!
Meneer de agent, sla ons niet,
want jij weet toch ook
dat dit ons werk is,
vraag nu niet ook je deel.
Wij eten de 'kool',
wij pikken de 'pantoffels',***
zodat de poorten van de bajes
ons geregeld zien.
De dood maakt ons niet bang,
dat doet alleen de honger,
dus daarom pikken we de 'kool'
en daar varen we wel bij.
* Letterlijk: de 'citroenwinkels', een buurtje bij de
haven
van Piraeus. * Portemonnee. * Portefeuilles.
75. TWEE MANGES IN DE GEVANGENIS
Twee manges
in de gevangenis
zochten ruzie met de directeur
om 'm een toontje lager te laten zingen
en te doen wat ze zelf wilden.
Speel, mangas,
de bouzouki
en laat de hasj de hasj.
Ik wil dat de bouzouki huilt
en van mijn verdriet vertelt.
Als ik vrijkom, mangas,
zal ik wat voor je regelen:
ik zal de kleine meid overhalen
om je alles te brengen.
Ik zal je ook hasj sturen
vanuit Karaïskáki:
pas op dat ze haar niet pakken
en op het bureau opsluiten.
Ik zal snaren naar je sturen
voor je baglamás;
zeg niks en wees stil,
ik zal je ook geld bezorgen.
76. DE SMOKKELAAR
Door een valse streek hebben ze me
gepakt
en onterecht veroordeeld,
omdat ik omging
met smokkelaars in Piraeus.
De aanklager lapte me
een strafblad aan m'n broek.
En de rekening bedroeg:
gevangenisstraf en verbanning.
Breng hem, zei hij, regelrecht
voor vijf jaar naar Singroú*
en voor nog eens drie naar Anafi:**
dat zal die smokkelaar leren.
Gezworenen, u hebt me een streek
geleverd,
maar het was vergeefse moeite,
want wij zijn manges,
al die smokkelen.
* Een gevangenis aan Singroú, een grote weg
in Athene.
** Een klein eiland van de Cycladen, waar bannelingen heen gestuurd
werden.
77. LEVENSLANG
Levenslang sloten ze me op in de
gevangenis
voor jou,
zo'n groot verdriet heb je mij bezorgd.
Jij bent de oorzaak van dit kwaad,
dat kommer en kwel me omgeven.
Ik ga nu in beroep en misschien
kom ik dan
vrij,
gemene moordenares, dan zal ik je in mootjes hakken.
Ik zal je met olie overgieten en daarna verbranden
en in een droge put zal ik je gooien.
Zeven keer levenslang mogen ze me
dan geven
en aan de galg van Náfplion* mij daarna hangen.
Jury en rechters kreeg je zover, - hen misleidde je met je schoonheid
en ze gaven me levenslang, wat jouw bedoeling was.
Door jouw intrige raakte ik in de
gevangenis,
je kreeg me zover dat ik nu levenslang heb;
maar als ik vrijkom, komt de grote wraak:
zo, als Achilles Hector achter zijn kar aansleepte.
* Stad met een gevangenis op de Peloponnesos nabij
Mycene.
78. DE GEVANGENIS VAN OROPOS
In Oropós* hebben we
het best,
beter
nog dan in Athene.
Dinsdag en donderdag spaghetti,
zo
houdt de mangas
het jaren uit.
En 's zondags is er vlees,
en
de kapper is gratis.
Op de eerste zaal de niet-rokers,
op
de tweede zijn ze
stoned,
op de derde de stoere binken,
op
de vierde de
vechtersbazen,
op de vijfde de hele smokkel,
op
de zesde de
vervalsers,
op de zevende de hasjkitbazen,
op
de achtste alle
zieken,
en op nummer tien
verdwijnen
ze allemaal.
* Een dorp in het district Attiki (Attica).
|