LIEDTEKSTEN
Inhoud:
1. Den
me pónese kanís – Niemand heeft om me
gegeven
2.
Kaimos – Leed
3.
Árnisi – Ontkenning
4. Milo
mou kókkino – Rood appeltje
5.
Jerakina – Jerakina
6.
S’agapo – Ik heb je lief
7.
Saranda Palikaria - Veertig kerels
8.
Samiótissa – Meisje van Samos
9.
Janni, to mandili sou – Janni, je zakdoek
10.
Egiótissa – Meisje uit Égion
11.
Amán gel – Aman gel
12.
Onirodemeno – Verloren in een droom
13.
Agapi poú’gines dikopó macheri
– Liefde die geworden is
14.
Kimisou, angeloudi mou – Slaap, mijn engeltje
15. I
mireï – Les misérables
16.
Minore tis avgís – De mineur van de dageraad
17.
Makedoniká kálanda – Macedonische
kálanda
18.
Paradosiakó Rodou - Traditional van Rodos
19.
Ethnikós imnos tis Ellados – Het Griekse volkslied
20.
Vradiázi – De avond valt
21. O
Menousis – Menousis
22.
S’ena kommati gi – Vreemd geheim
23.
Psaropoula – een vissersbootje
24.
Stis pikrodafnis – Van de oleander
25.
Ásma asmaton – Hooglied
26.
Bratsera – Bratsera
27.
Tzivaëri - Schat
28. Ena
tragoudi ap’ t’ Algeri – Een liedje uit
Algerije
29. Me
to lichno tou astrou – Met een ster als lantaarn
30.
Strose to stroma – Spreid je bedje
31.
Pote tha kani xasteriá – Wanneer is het
32.
Dose mou diosmo - Geef me rozemarijn
33. I
epistolí - De brief
34.
Ena to chelidoni - Eén zwaluw
1.
NIEMAND HEEFT OM ME GEGEVEN
Arm
hart, hoe hou je het uit
en breek je niet, in de valse wereld,
zoveel liefdeloosheid als je tegenkomt.
Rust en vreugd in het leven
heb ik niet gevoeld en een liefde
waarin ik nog geloofde
heeft me verwond.
Niemand
heeft om me gegeven
zelfs geen moment in mijn leven
in de straten zal plotseling
op een morgen mijn ziel mij verlaten.
Mijn
hart lijkt op een bewolkte morgen.
Het is gemaakt van de haat en de liefde van de wereld.
2.
LEED
Groot
is het strand, klein is de golf
groot is het leed en bitter is de spijt.
Bittere
rivier in mij
Het bloed van je wonde
en meer bitter dan het bloed
is jouw kus op mijn mond.
Je
weet niet wat ijskoud is,
een nacht zonder maan,
als je niet weet
wanneer je de pijn zult krijgen.
3.
ONTKENNING
Op
het verborgen strand,
wit als een duif
kregen we ’s middags dorst:
maar het water was brak.
Op
het blonde zand
schreven we haar naam;
mooi zoals de noordenwind blies
en de letters werden gewist.
Met
wat een hart en ziel,
wat een trek en een passie
leefden we; fout!
en we gingen ánders leven.
4.
ROOD APPELTJE
Rood
appeltje, rooskleurig
Waarom heb je mij, bittere,
laten verdorren?
Ik
ga en ik kom, maar ik vind je niet
ik vind je deur gesloten
je ramen zijn verlicht.
Ik
vraag aan het dekbed,
waar is mevrouw?
Mevrouw is water halen,
ze is naar de bron,
ze ging water halen,
en water vullen.
5.
JERAKINA
Jerakina
ging op pad
om water, koud water, te halen
droem, droem, ...
rinkelen haar armbanden.
En
ze viel in de put
en ze slaakte een luide kreet
droem, droem, ...
rinkelen haar armbanden.
En
alle mensen renden
en ook ik arme rende
droem, droem, ...
rinkelen haar armbanden.
Jerakina,
ik haal je eruit
en ik neem je tot vrouw
droem, droem, ...
rinkelen haar armbanden.
6. IK
HEB JE LIEF
Ik
heb je lief
omdat je mooi bent
omdat jij het bent.
Ik
heb ook de hele wereld lief
omdat ook jij er leeft.
Het
raam is dicht,
het raam is gesloten.
Doe
het ene luik open
zodat ik je icoon kan zien.
7. 40
KERELS
40
Kerels uit Livadiá
gaan Tripolitsá overvallen.
Op
de weg die ze gaan
komen ze een grijsaard tegen.
-Gezondheid en vreugde, grijsaard!
-Wees welkom, jongens!
Waar
gaan jullie naar toe, zeg jongens?
We gaan Tripolitsá overvallen.
8.
MEISJE VAN SAMOS
Samiótissa,
Samiótissa
wanneer ga je naar Samos?
Rozen gooi ik op het strand,
Samiotissa, als ik je kom halen.
En
aan de boot waarmee je komt
zal ik gouden zeilen hangen,
gouden roeiriemen,
Samiotissa, als ik je kom halen.
Samiótissa,
met je tache
en je zwarte ogen
je hebt mijn hart,
Samiotissa, in 42 stukken gebroken.
9.
JANNI, JE ZAKDOEK
Janni,
je zakdoek,
Waarom is hij vuil
zeg kerel
De
ballingschap maakte hem vuil
de eenzame vreemde
zeg goede man
Vijf
rivieren wasten hem
en ze kleurden hem alle vijf
zeg kerel
10.
MEISJE UIT EGION
Ik
kom langs je deur
mooie Egiotissa
en langs je buurt
meisje met de taches
en met de zwarte ogen
wat heb je dat je steeds huilt.
En
als je moeder tovert
mooie Egiotissa
toveren werkt niet bij mij
meisje met de taches
en met de zwarte ogen
wat heb je dat je steeds huilt.
11.
AMAN GEL
Van
het balkon val ik, mijn schat, amán,
om te sterven.
En
mijn liefste roept, mijn schat, amán,
pak hem bij God.
Als
je me niet gelooft, mijn schat, amán,
getuigen de bloemen.
Zweer
een dure eed, mijn schat, amán,
dat ze je de waarheid zeggen.
12.
VERLOREN IN EEN DROOM
Verloren
in een droom op de kade
Mijn deur gesloten op de zuidenwind
Maakte ik van mijn pijn moed
In mijn liefde stak ik brand
De
hemel zwart en zwaar
Vanavond kwam je me opzoeken
Groot is het verdriet
Je kunt het niet uithouden
Mijn
liefde lieten ze in de val lopen
en van de sterren stalen ze het licht.
Het mes flitste in de nacht
en verdriet werd mijn broeder.
13.
LIEFDE DIE GEWORDEN IS
Liefde
die geworden is
een tweesnijdend zwaard
ooit gaf je me alleen maar vreugde
maar nu verdrink je vreugde in tranen
ik vind geen uitweg
ik vind geen remedie
Vuren
branden in zijn ogen
De sterren vallen
als hij me ziet
Doe de lichten uit, blus de maan,
zodat hij me niet ziet
als ik de pijn weer krijg.
14.
SLAAP MIJN ENGELTJE
Slaap
mijn engeltje
mijn kind, welterusten
word maar gauw groot
als de hoge plataan
word een man in je lijf en in je verstand en wandel altijd op de goed
weg.
Slaap, mijn engeltje, zacht,
zacht met mijn liedje.
Slaap
mijn duifje
word sterk als staal
en moge je hart worden
zo groot als dat van Christus
zodat je in dit leven
niet zegt: ik kan het niet,
en als het moet je kruis draagt.
Slaap, mijn engeltje, zacht,
zacht met mijn liedje.
15.
LES MISERABLES
In
een taverna in een kelder
tussen rook en vloeken
(boven huilde het draaiorgeltje)
dronken we samen gisteren
gisteren zoals alle avonden
het verdriet weg.
De
een werd op de ander gedrukt
en spuugde wat op de grond
O, hoe groot is de kwelling
de kwelling is het leven
hoeveel de geest ook gekweld wordt
een goede dag herinnert hij zich niet.
16.
DE MINEUR VAN DE DAGERAAD
Word
wakker, mijn kleintje en hoor,
een mineur van de dageraad.
Voor jou is hij geschreven
door het huilen van een ziel.
Doe
je raam open
werp me een zoete blik toe
Dan kan ik, mijn kleintje, verscheiden
in een hoekje voor je huis.
17.
MACEDONISCHE KÁLANDA
~Kerstfeest,
eerste geboortefeest
nu wordt Christus geboren.
~Hij wordt geboren en gedoopt
in de hemelen boven.
~Alle engelen verheugen zich
en alle prijzen lof
~en de citroenen barsten,
druipen en vallen
doen ijzer buigen.
~In het huis waar we komen
met marmer bekleed
~is een dochter voor een huwelijk
een dochter voor verloving.
~Ze beloven haar aan een koningszoon
ze beloven haar aan een vorstenzoon.
~Ze wil geen koningszoon
ze wil geen vorstenzoon,
ze wil een edele zoon die te paard gaat
~Bovenstebeste en hooggeëerde edele
U eerden de leiders en kijken tegen u op.
~Van dit huis waar we komen
moge geen steen breken
en moge de heer van het huis
nog vele jaren leven.
18.
TRADITIONAL VAN RODOS
De
dag breekt aan
nu gloort de dageraad
zie de vogels.
Nu
de vogels,
de zwaluwen zingen.
Nu
zingen ze
en zeggen ontwaakt,
zingen ze.
19.
HET GRIEKSE VOLKSLIED
Ik
ken u aan de snede
van het vreselijke zwaard
Ik ken u aan het gezicht van geweld
dat de aarde betreedt.
Ontleend
aan de heilige
beenderen der Grieken
en moedig als eerst,
gegroet, o Vrijheid.
20.
DE AVOND VALT
Ik
zocht je bij de dageraad
in de schemer vond ik je
met je hart sprak ik
het werd mijn zwarte lot
De
noordenwind klopt op mijn deur
en besprenkelt mijn ziel
en in mijn bittere ogen
valt langzaam de avond
Ik
zocht je ogen
om in het licht te lopen
om een zoete droom te worden
oud verdriet te wissen.
21.
MENOUSIS
Menousis,
Birbilis en Mehmet Agas
gingen naar de wijnschenkerij
eten en drinken
Toen
ze aten, dronken een feestten
begon één over de mooie vrouwen
Mooie
vrouw heb je, Mehmet Aga
Waar zag je haar, hoe ken je haar,
wat klets je?
Gister
zag ik haar bij de put water putten
en ik vroeg haar een kusje
en ze gaf het me.
Menousis,
dronken,
ging heen en slachtte haar.
De ochtend, nuchter,
beweende hij haar.
Sta
op mijn eendje, sta op mijn gansje en kleed je
dat de jongens je zien en blij zijn.
22.
VREEMD GEHEIM
De
alfa en de omega, je pijn raakt me
en je liefde vult elk moment van mij zeven maal spreek ik
en zeven maal zwijg ik
één maal sterf ik
en één maal zal ik opstaan.
Ik
zie een vreemd en paradoxaal geheim hemel en aarde op een stukje grond
in de Middelandse Zee.
En de zon komt op
en brengt met zich mee
een andere dimensie, en ik, als een kind, klap voor de voorstelling.
Het
zevende zegel raakte ik aan en zag jij de ring, jij ook het leven.
Zeven is je getal en drie je ziel,
ik altijd bij jou,
de ene ben jij.
Christus,
onze God, u toezingend, verheerlijken wij.
23.
EEN VISSERSBOOTJE
Een
vissersbootje vertrekt
van de kust, van de kust,
van het kleine Hydra
en gaat om sponzen
langs de kust, langs de kust.
En
erop zitten kerels
van de kust, van de kust,
die sponzen gaan halen
koralen en parels
van de kust, van de kust
Tot
ziens, kerels,
goede reis, goede reis
breng ons sponzen
koralen en parels van de kust
langs de kust.
24.
VAN DE OLEANDER
Onder
de bloesem van de oleander
legde ik mij te slapen
om een beetje slaap te bekomen
toen ik een grote droom had.
Mijn
liefste gaat trouwen
wegens mijn koppigheid en grillen
ja, en ze neemt mijn vijand
wegens mijn eigen koppigheid.
Op
de bruiloft word ik uitgenodigd
en ze vragen me als getuige
om ze te gaan bekransen
twee mensen te verenigen.
Hou
vol, mijn arme hart,
bij het bekransen
en wijkaarsen van zilver
er bestaat geen vertrouwen.
25.
HOOGLIED
Hoe
mooi is mijn liefste
met haar daagse kleed
en een speldje in haar haar
niemand wist hoe mooi ze is
Meisjes van Auschwitz
Meisjes van Belsen heb je soms mijn liefste gezien?
We
zagen haar op een verre reis
ze had haar kleed niet meer
ook geen speldje in haar haar.
Hoe
mooi is mijn liefste
die verwend werd door haar moeder
en de kussen van haar broer
niemand wist hoe mooi ze is
Meisjes van Auschwitz
Meisjes van Belsen heb je soms mijn liefste gezien?
We
zagen haar op een koud plein
met een nummer op haar blanke arm met een gele ster op het hart.
26.
BRATSERA
Wanneer
hijsen we de zeilen
en zit ik aan het roer
en zie ik de bergen van Leros
è, Bratsera, dan zal mijn pijn overgaan kom naar de kust
ik heb twee woordjes te zeggen.
Het
oosten daagde
om de wereld te verlichten
en de bratsera die komt
verwelkomde het
Ah, de Proutsos zwelt aan
en de storm neemt niet af.
Hou
op, noordenwind, met blazen
de golven doen schuimen
en de bratsera die komt
schrik aan te jagen
Ah, de Proutsos zwelt aan
en breekt hem de lans.
27.
SCHAT
Het
vreemde land geniet van hem,
mijn schat, mijn geurende bloem
zacht en nederig.
Ik
was het die hem stuurde,
mijn schat, door mijn wil
zacht betreed ik de aarde.
Vervloekt
ben je, vreemd land,
mijn schat, jij, met je goede dingen zacht en nederig.
Je
hebt mijn kind genomen,
mijn schat, en je hebt hem
je eigen gemaakt
zacht betreed ik de aarde.
28.
EEN LIEDJE UIT ALGERIJE
Het
bootje vertrekt zachtjes
en het brengt me ver
naar Barbarije.
Ik verlang ernaar zoete nymfen te zien en een magische dans
van een exotisch lichaam.
Ja,
om zwarte ogen te strelen
om honingzoete lippen te kussen
en om van een lieve verleidster
op een avond te horen:
Een
liedje uit Algerije
het liedje van de kameeldrijver
op een zoete Afrikaanse wijs.
29.
MET EEN STER ALS LANTAARN
Met
een ster als lantaarn
ging ik de hemel in
de motregen van de weiden
de enige kust van de wereld.
Waar zal ik mijn ziel vinden
de vierbladige traan.
-Mijn meisjes dragen rouw
voor de eeuwen, mijn jongens geweren die ze niet kennen.
Waar zal ik mijn ziel vinden
de vierbladige traan.
30.
SPREID JE BEDJE
De
weg is donker
totdat ik je tegenkom
Je kwam midden op de weg tevoorschijn
de hand moest ik je geven
Spreid
je bedje voor twee
voor jou en voor mij
zodat we elkaar meteen kunnen omhelzen
zodat alles perfect is
Ik
omhelsde je, en jij mij.
Jij nam van mij en ik van jou.
Ik droomde weg in je ogen
en in jouw lotsbestemming.
In
dezelfde buurten
ben ik eenzaam aan het bedelen,
wat ik met jou leerde kennen,
ik zoek het en zwerf rond.
31.
WANNEER IS HET
Wanneer
is het nacht zonder maan
en wanneer zal het februari worden
dan kan ik mijn geweer pakken.
Dan
kan ik mijn geweer pakken,
de mooie patrona
om naar Omalos te gaan.
Om
naar Omalós te gaan
over de weg van Mousouri
en moeders zonder zonen te maken.
32.
GEEF ME ROZEMARIJN
Geef
me rozemarijn om te ruiken,
Viooltje en basilicum
Daarmee jou te kussen
En waar moet ik ’t eerst aan denken?
De bron met de duiven,
Het zwaard van de aartsengelen,
De tuin met de sterren
En de diepe put
De nachten dat ik met je
Naar het andere einde van de hemel wandelde
Toen je opsteeg dacht ik
Dat je een zuster van de morgenster was:
Marina, groene ster,
Marina, licht van de morgenster,
Marina, mijn wilde duif,
En lelie van de zomer.
33.
DE BRIEF
Ik
maak het goed, ik maak het goed, heel goed,
en voor u wens ik hetzelfde.
Kus allen die vragen, die vragen,
en doe warme groeten.
La la la la ...
Het pakje kreeg ik eergisteren, eergisteren, eergisteren,
maar maak toch geen kosten,
als waren de deuren altijd open,
zo dicht leef ik bij u.
La la la la ...
De helft gaat morgen, morgen weg
en wij vertrekken naar elders.
Vasteland kan, vasteland kan, eiland kan,
Gods wil geschiede.
La la la la ...
34.
ÉÉN ZWALUW
Eén
zwaluw en een dure lente,
het terugkomen van de zomer vergt veel werk.
Het vergt duizenden doden in de raderen,
en levenden om hun bloed te geven,
en levenden om hun bloed te geven.
Mijn God, eerste bouwmeester, je hebt me in de bergen gebouwd,
mijn God, eerste bouwmeester, je hebt me in de zee gebouwd.
Door de Wijzen is het lichaam van de Mei meegenomen,
ze hebben het begraven in een graf op zee,
ze sloten het op in een diepe put.
Het duister en de hele onderwereld stonk,
het duister en de hele onderwereld stonk.
Mijn God, eerste bouwmeester, ook jij in de lelies,
mijn God, eerste bouwmeester, stonk bij de Opstanding.
|